Ruimtebeleving zichtbaar maken met simulaties
Ingenieurs en bouwprofessionals gebruiken al lang simulatietools om daglicht, energieverbruik en ventilatie te analyseren. Die technische instrumenten meten prestaties, geen beleving. Archipelago slaat een nieuwe weg in door simulaties in te zetten als co-designinstrument. Zo maken ze ruimtebeleving bespreekbaar met de mensen die er werken, slapen of verblijven.
Peter-Willem VermeerschTwee onderzoekslijnen, één aanpak
De aanpak ontstond uit twee onderzoekssporen binnen Archipelago. Enerzijds gebruiken ze vanuit duurzaamheid simulatietools voor daglicht, thermische en energetische aspecten, ventilatie en akoestiek. Die tools gaven de architecten oorspronkelijk inzicht in welke zones van een gebouw bijvoorbeeld meer of minder verlichting nodig was. “Waardevolle informatie, maar vooral gericht op uniforme prestaties”, legt Peter-Willem Vermeersch van Archipelago, uit.
Anderzijds groeide vanuit onderzoek naar ruimtebeleving de vraag hoe een gebouw bijdraagt aan het welzijn van gebruikers. Welke rol spelen licht, geluid en temperatuur daarin? "Een aangename sfeer ontstaat door gestructureerde variatie in de ruimte", zegt Vermeersch. "Architecten zien dat vaak intuïtief op visueel vlak, maar voor de andere zintuigen zijn er weinig of geen tools om dat bespreekbaar te maken. Woorden alleen schieten vaak tekort."
De bestaande simulatietools kregen zo voor Archipelago een nieuwe rol. Ze dienen niet langer alleen als technisch meetinstrument, maar als middel om potentiële beleving vanaf het begin van het ontwerpproces in kaart te brengen.
Van prestatie naar beleving
Visualisaties maken al tijdens het ontwerpproces zichtbaar wat mensen anders alleen met hun lichaam waarnemen. “Op een grote kantoorvloer zijn er bijvoorbeeld zones met meer of minder daglicht, stillere en drukkere werkplekken. Dat is niet altijd omdat er muren staan, maar omdat het gebouw zo werkt. Die variatie is niet altijd zichtbaar op een grondplan, en precies daar bieden simulaties een meerwaarde.”
Archipelago zette de stap naar co-design voor de inrichting van de eigen kantooromgeving, in het kader van activity-based working. Tijdens workshops gebruikten ze simulaties om de bestaande verschillen binnen de kantoorruimte zichtbaar te maken, inherent aan hoe het gebouw werkt. De werkomgeving wordt een ‘thermal landscape’, waarin verschillende activiteiten en thermische zones met elkaar verbonden zijn.
Collega’s koppelden hun eigen activiteiten aan de zones die de simulaties in beeld brachten. In wat voor ruimte werk je het liefst geconcentreerd? Heb je daarvoor nood aan een donkere, stille plek of juist aan daglicht? "De simulaties vormen een extra bron van informatie om de dialoog te voeren”, zegt Vermeersch. “Mensen krijgen zo autonomie, voelen zich competent in de ruimte en ontwikkelen een gevoel van eigenaarschap. Donkere zones, die we eerst als een nadeel zagen, bleken geschikt voor functies zoals een telefoonruimte of een vergaderplek met gedempt licht."
Conflicten als waardevolle ontwerpinformatie
Co-design brengt ook spanningen met zich mee. Wat als de deelnemers niet op dezelfde lijn zitten? "Dat is voor ons net het waardevolste", zegt Vermeersch. "Wanneer je alle noden samen op een plan zet, zie je waar ze conflicteren, overlappen of elkaars ruimte innemen."
De workshops zijn niet bedoeld om meteen beslissingen te nemen, maar om achterliggende redenen te begrijpen. Wat is prioritair? Wat is een nice-to-have? "En soms kun je als ontwerper ruimtelijk dingen samenbrengen die op het eerste zicht lijken te conflicteren. Je zoekt naar synergieën." Architecten krijgen zo meer inzicht in de relaties tussen noden, in de hiërarchie en in de ruimtelijke impact van wat gebruikers vragen en ervaren.
Casestudies: Helora Ziekenhuiskamer
In een workshop voor ziekenhuisgroep Helora werden daglichtsimulaties ingezet om de kwaliteit van een kamer in kaart te brengen. Waar valt het meeste daglicht binnen? Welke plekken in de kamer zijn het aangenaamst? "Het was een oefening om na te gaan wat een fijne plek zou zijn voor een bed. De simulaties maakten het mogelijk om die vraag niet langer intuïtief te beantwoorden, maar op basis van concrete ruimtelijke informatie.”
De inzichten uit de workshops over daglicht en ruimtebeleving komen samen in de SpaceKit methodologie voor het volledige Helora-project.


